Ontstaan van het voormalige museum

In 1940 werden kort na de oplevering van het NLL-gebouwencomplex aan de toenmalige Sloterweg in Amsterdam de twee nieuwe lage-snelheidswindtunnels in gebruik genomen.

In deze windtunnels zijn o.a. de vliegtuigmodellen geblazen van de Fokker vliegtuigen G.1, F.25 Promotor, S.13, S.14, F.27 en F.28 en van de Douglas DC-2.

Medio jaren ‘80 kwam een nieuwe lage-snelheidswindtunnel in gebruik in de NLR-vestiging Flevoland, waarna de oude windtunnels in Amsterdam werden ontmanteld. In de ontstane ruimte van het windtunnelgebouw werden verdiepingen aangebracht en ontstonden ruimten voor vergaderingen en opslag van goederen.

Op de bovenste etage kwam ruimte beschikbaar voor een museum, nadat de vrijwilligers Jan te Boekhorst en Klaas Breman daarvoor zowel de directie als het bestuur van het NLR wisten te overtuigen. Deze ruimte werd op professionele wijze ingericht met vitrinekasten en verlichting. De feestelijke opening daarvan vond plaats op 27 april 1988 door prof.dr.ir. O.H. Gerlach, voorzitter van het NLR-bestuur.
In 2004 stelde de NLR-directie ook de onderliggende twee etages voor museale doeleinden beschikbaar. Dat had tot gevolg dat de totale expositieruimte enorm toenam. Door de inzet van veel vrijwilligers, die in eigen beheer panelen produceerden en door de medewerking van het NLR, kon op 10 mei 2007 de opening worden verricht door mevrouw C.E.A. van der Bliek-van der Pijl, de weduwe van de in 2003 overleden eerste voorzitter van de stichting, ir. J.A. van der Bliek.
Nadat in 2009 was begonnen met het ontmantelen van de oude vergaderzalen boven dit nieuwe museum werd deze ruimte in 2010 ingericht met veelal volumineuze historische attributen (windtunnelmodellen, remote sensing apparatuur). Op 25 september 2010 werd deze museumruimte geopend door Drs. A. Kraaijeveld, voorzitter van de Raad van Toezicht van het NLR.
Vanaf 2013 werden een aantal gebouwen van het NLR vervangen door nieuwbouw, terwijl de rijksmonumenten, te weten het hoofdgebouw en het windtunnelgebouw (met daarin het museum) werden gerenoveerd. Daartoe is het museum ontmanteld en zijn de objecten en het archief opgeslagen. Enkele objecten zijn daarna uitgeleend aan andere musea (het Nationaal Ruimtevaart Museum in de Aviodrome op luchthaven Lelystad en het Luchtvaart- en Oorlogsmuseum Texel op Texel International Airport). Het archief is na oplevering van het gerenoveerde hoofdgebouw weer terug verhuisd.